We spreken af met onze jeugd van 15, 12 en 8 een wandeling te maken langs een aantal Stolpersteine. Het is 4 mei. Opdat we nooit vergeten.

Tegelijkertijd voelt het dubbel. Ik breng 3 kledingzakken vol mooie kleding naar de non-foodbank. We hoeven het niet meer. Het is overbodig. We hebben alweer nieuwe ‘voorraad’. En mijn 12-jarige laat me in niet mis te verstane woorden weten dat ik er niks van snap als ik voorzichtig vraag waarom ze ‘haar nog mooie’ truien niet meer hoeft. Hoeveel mensen zouden er in de oorlog blij geworden zijn van een nieuwe trui of wol om er één te breien vraag ik mij af.

Ik word heen en weer geslingerd. Tussen de harde realiteit van de geschiedenis en het heden. De tijd van toen waarin Joodse mensen werden afgevoerd naar concentratiekampen en werden vermoord. Waarbij hun bezittingen werden afgepakt. En waarbij ‘we’ – toen een klein aantal van hen meer dood dan levend mocht terugkeren – vaak niet thuis gaven. Een dubbele dreun.

Ik lees hetzelfde patroon in ‘Revolusie’. Een indrukwekkend boek van David van Reybrouck. De Nederlanders die vanuit Nederlands-Indië na de ontberingen in de Jappenkampen in Nederland terugkeerden kregen te maken met onbegrip. Zij hadden het immers nog warm gehad in het Aziatische warme klimaat terwijl velen in Nederland in de hongerwinter zich niet konden warmen en tulpenbollen moesten eten. Verwijten in plaats van een welkom. Het ging over niet weten van elkaar en onvoldoende willen – of misschien kunnen – weten van elkaar. Het was net na de oorlog, de tijd van de wederopbouw na een ongekende crisis.

Het maakt me bewust van wat ons te doen staat. Ook in Gouda. Ook nu verkeren we in crisis, zij het een hele andere maar toch. Die van corona, waarbij ik er meteen bij zeg dat wij er met ons gezin tot op heden goed vanaf komen. Die van 15, 12 en 8 gaan alle 3 weer (deels) naar school en het werk van mijn man en mij loopt ‘gewoon’ door. Hoe anders is het voor al die mensen die ziek zijn geworden of zelfs zijn overleden? En al die mensen in de zorg die dag en nacht klaar staan en hun vakantie inleveren omdat er weer nieuwe patiënten zich aandienen? Ik constateer onvoldoende begrip voor elkaar. Zij die ontkennen. ‘Er klaar mee zijn’ en beweren dat alles weer moet versoepelen. En zij die de realiteit van Covid 19 ervaren en pleiten voor regulering om überhaupt richting herstel te kunnen.

Daarom is ‘opdat we niet vergeten’ een belangrijk motto. Of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog, om de geschiedenis van de joodse bevolking, die van Nederlands-Indië of de realiteit van Covid-19. Laten we begrip tonen, de geschiedenis levend houden en ons in elkaars situatie blijven verdiepen.

Laat ik ook stoppen met dat dubbele gevoel over het wegbrengen van die kledingzakken. Laat ik blij zijn dat we het goed hebben. Iets wat niet onze eigen verdienste is weet ik.

De wandeling langs de Stolpersteine helpt ons om ons te verdiepen in de geschiedenis van onze Gouwenaars. En ook om onszelf met beide benen op de grond te houden. Opdat we niet vergeten!

Bron foto: goudsmetaheerhuis.nl